0174-242101 info@cnls.nl

 

 

 

Twee plaatjes die met de visuele waarneming te maken hebben.

Het eerste geeft het gebied in ons gezichtsveld aan dat we aanspreken als we een scherpzichttest ondergaan, bijvoorbeeld bij de opticien of oogarts. Dat gebiedje staat op het plaatje aangegeven als 5° central en beslaat hooguit 5% (maar meestal niet meer dan 2%) van ons totale gezichtsveld. Wat je dan test via letters die je moet zien met of zonder brillenglazen, is het scherpzicht. Het zgn. focale zicht. Het betreft dan een beperkt aantal statische 2D objecten (meestal letters) die bekeken moeten worden. Als je op zes meter afstand 100% zicht scoort, dan is de gangbare opvatting dat het zien niet de oorzaak van het leerprobleem kan zijn. Nou, dat ligt toch iets genuanceerder.

Het tweede plaatje stelt ons totale gezichtsveld voor. De kleine cirkel in het midden is weer het stukje waar we mee bezig zijn tijdens een scherpzichttest. De rest vormt onze visuele omgeving, die we kunnen omschrijven als de ruimte rondom ons. Daar is beweging, interactie, veranderingen in vorm en afstand en er wordt een beroep gedaan op al onze sensorische mogelijkheden: horen, voelen, ruiken, zien. Een interactief dynamisch gebeuren dus. En dat allemaal in die – laten we royaal doen – 95% van onze visuele ruimte. Die dus niet aangesproken wordt als je test op scherpzicht.

Als een kind leerproblemen heeft die een relatie zouden kunnen hebben met zien, dan wordt de oogarts ingeschakeld en als er dan een bril wordt voorgeschreven, dan betreft het dus een verbetering van hooguit de centrale 5% van het totale zicht en dan alleen nog voor statische 2D objecten. En zonder interactie met andere sensorische input. Begrijp me niet verkeerd, dit kan voor sommigen een uitkomst zijn. Alleen, maar zelden geeft het verbetering bij leerproblemen.

Veel leerproblemen hebben een binding met die 95% visuele ruimtelijkheid rondom ons, waar wij zelf deel vanuit maken. Een onvermogen om die ruimte in al zijn complexiteit op de juiste manier te ervaren is vaak de oorzaak van problemen op het gebied van leren, bewegen en concentratie. Heel het performale deel binnen het intelligentieonderzoek is visueelruimtelijk van aard. En juist dat deel van onze waarneming bereik je niet met een bril voor scherpzicht. Je ziet wel daarmee wel scherper, maar niet anders. Want daarvoor moet die andere 95% aangesproken worden. En daar liggen mogelijkheden, want dat stuk ruimtelijk waarnemen hebben we van jongs af aan geleerd.

Problemen binnen dat ruimtelijke domein zijn vaak daardoor functioneel, dus aangeleerd. Meestal zijn het verkeerde oplossingen voor het omgaan met de ruimte rondom ons en symptomatisch van aard. Daar bedoel ik mee dat ze niet het probleem op zich vormen, maar er een verkeerde oplossing van zijn. Het echte euvel kan bijvoorbeeld zijn dat iemand niet in staat is om afstanden goed in te schatten en dat wel voor elkaar krijgt als er een oog scheef gezet wordt. Dat gebeurt onbewust. Of beweging van objecten niet goed kan timen zonder het hoofd schuin te houden. Of kleine verschillen in vormen niet kan opmerken of structuren niet herkent en daarom overal maar met de vingers aan gaat zitten. Of niet in staat is details en overzicht van elkaar te scheiden en ter voorkoming van al die overweldigende informatie tunnelzicht ontwikkelt. Al die verkeerde oplossingen die iemand laat zien in het dagelijks leven, zijn aangeleerd en symptomatisch van aard. En is dus vatbaar voor veranderingen, in tegenstelling tot focale zichtproblemen, als die aangeboren en daarmee structureel zijn.

Via het juiste onderzoek, de juiste therapeutische begeleiding en training kan er zinvol gewerkt worden aan veranderingen binnen die 95% ruimtelijkheid waar we deel van uitmaken en die direct inwerkt op het leren, de motoriek, de concentratie en het functioneren in de ruimte rondom ons (het dagelijks leven dus). De veranderingen die dan bereikt worden zijn als het goed gedaan wordt neurologisch van aard en blijvend.

Ook gedragsproblematiek zoals adhd, add en autisme kunnen op die manier benaderd worden, maar daar zullen we het in een volgende blog over hebben.

©Will Missot    www.cnls.nl 15 juli 2019