0174-242101 info@cnls.nl

Ik had er van de week weer eentje in mijn praktijk (net als de week ervoor en de week daarvoor) : een kind met convergentie-insufficiëntie.
Er was een intelligentieonderzoek op hem los gelaten en de uitslag daarvan stemde niet hoopvol. De scores lagen rond de grens van zwakbegaafd. Ouders herkenden hun zoon er totaal niet in. Nou heb ik in het algemeen weinig op met IQtesten bij jonge kinderen. Het is maar hoogst zelden dat er een handelingsplan uit voortkomt waardoor een kind veel beter gaat presteren. Veelal wordt het alleen gebruikt als alibi om de zwakke leerprestaties te verklaren. Zit de school veilig, want het zit in het kind. Soms is het echter wel heel duidelijk dat zo’n test de plank mis slaat. Dat bleek deze week weer eens.
Zowel op school als thuis wilde hij nooit lezen. Zelfs een in het vooruitzicht gesteld uitje naar Disneyland Parijs veranderde daar niets aan. Na vijf leesregels gaf hij er altijd de brui aan volgens pa.

De eerste vijf minuten van mijn onderzoek besteed ik altijd aan de oogbewegingen. Een daarvan is het convergeren: de ogen naar binnen draaien zoals dat gebeurt tijdens het lezen. Hij viel direct al door de mand toen ik het scherpstellen en richten van elkaar ging scheiden (normaal laat je deze twee samenwerken, maar om er achter te komen of er convergentieproblematiek is moet je ze loskoppelen door op een bepaalde manier te testen). Op 40 cm leesafstand bleek zijn onvermogen. De rest van het onderzoek bevestigde het: convergentie-insufficiëntie. Dan heb je absoluut geen zin in lezen. Het irriteert of geeft zelfs bij het ouder worden hoofdpijn. Letters kunnen soms dansen of verdubbelen, maar in ieder geval staat lezen vanaf de eerste tel al tegen. En als je al leest heb je vaak geen idee waar het over gaat.
Bij dit jongentje was het zo duidelijk aanwezig. En toch was het niemand opgevallen. Die IQtest? Goed voor de open haard. Zijn visuele handicap was de oorzaak van zijn lage score, niet zijn cognitieve capaciteiten.

Het is zo jammer dat nog steeds in het onderwijs gedacht wordt dat een bezoek aan de opticien of oogarts wel duidelijk maakt of het leerprobleem aan de ogen ligt. Maar gezonde ogen en op zes meter afstand 2D letters van 1 cm hoogte herkennen zijn nog geen garantie dat qua visuele waarneming en verwerking “alles goed is.” Alleen, daar komen ouders wel mee op school na een bezoek aan de oogarts of opticien.
Er zijn tal van visuele issues die bepalend zijn voor een goede lees- en leerprestatie en die niet in het standaard onderzoek van de oogarts zijn opgenomen. Een kind met leerproblemen ondergaat ook geen ander visueel onderzoek dan een kind dat geen leerproblemen heeft. En dat terwijl iedere orthopedagoog weet dat 80% van de informatie die tot ons komt visueel van aard is en veel leerproblemen zich manifesteren bij kinderen met visueelruimtelijke problemen of een vertraagde ontwikkeling op dat gebied. Met een bril los je dat ook niet op. Je gaat dan wel scherper zien, maar niet anders. En dat is bij visueelruimtelijke problemen juist zo broodnodig, dat anders leren zien.

Hopelijk komt de tijd nog eens, dat scholen door krijgen dat het anders moet (en kan), in het belang van het kind.
In ieder geval zullen de kinderen met convergentie-insufficiëntie die door ons onderzocht zijn over een aantal maanden zin in lezen gaan krijgen en zal de volgende IQ test een heel andere score laten zien, want we gaan er met hen aan werken. Dat is namelijk goed mogelijk.

Will Missot, 12 juli 2019 www.cnls.nl