0174-242101 info@cnls.nl

Convergentie insufficiëntie

©Will Missot van het cnls

Wat is het?

Convergentie insufficiëntie (afgekort C.I.) is een binoculair probleem, waarbij de ogen niet juist kunnen convergeren. Het is sensorisch en neurologisch van aard.

Het komt voor bij alle leeftijden. De invloed is flink. Er is veel onderzoek naar gedaan en de aanpak is effectvol en blijvend.

C.I. wordt zelden opgemerkt bij een standaard visueel onderzoek, omdat er meestal gewoon 100% zicht aanwezig is. Tussen de 5 en 13% van de kinderen heeft er mee te maken, maar deze groep klaagt er zelden over, want een kind weet niet beter. Op den duur tast C.I. de kwaliteit van leven aan.

De symptomen

  • Nabij activiteiten zoals lezen worden vermeden.
  • De ogen kunnen pijn doen of vervelend aanvoelen tijdens en na het lezen.
  • Er kan hoofdpijn optreden na het lezen of na een schooldag.
  • Woorden kunnen lijken te bewegen. Er kan soms ook verdubbeling van letters of woorden optreden tijdens het lezen.

Symptoom maskeren

  • De symptomen vallen vaak niet echt op, omdat ze gemaskeerd worden:
  • Er wordt gewoon traag gelezen.
  • Er wordt gedacht aan adhd.
  • Er wordt gedacht aan motivatiegebrek of zelfs aan luiheid.

Gedragssymptomen bij C.I.

  • Onvoldoende inzet en concentratieverlies tijdens het lezen.
  • Frustratie met emotionele uitbarstingen.
  • Laag zelfbeeld.
  • Schoolwerk wordt vermeden
  • Depressief
  • Nauwelijks enige sociale of fysieke betrokkenheid.

Uiteraard zullen deze symptomen zelden allemaal tegelijk aanwezig zijn. Vooral de laatste drie items treden vaak pas wat later op.

Hoe vaak komt het voor bij kinderen?

Tussen de 5% en 13% van de kinderen heeft met C.I. te maken. Het uiteenlopend percentage komt voort uit verschillende wetenschappelijke onderzoeken die zijn uitgevoerd. Zelfs als we uitgaan van de laagste score, dan lopen er heel wat kinderen met C.I. in een school rond.

Hoe kom je er als leerkracht of remedial teacher achter of er C.I. aanwezig is bij een kind?

  • Vraag of woorden wel eens bewegen of onduidelijker worden (leg je handpalmen tegen elkaar en beweeg de bovenste hand een beetje van links naar rechts om verdubbeling te suggereren).
  • Observeer of een kind tijdens het lezen vaak wegkijkt uit het boek.
  • Vraag of er wel eens hoofdpijn is tijdens of na het lezen.
  • Vraag of de ogen soms pijn gaan doen tijdens het lezen, of erna.
  • Doe de npctest met penlight (maar dan wel met uitschakeling van het accommodatiemechanisme d.m.v. kleurenbril) waarbij breek- en herstelpunt genoteerd worden en gerelateerd aan leeftijd. Ook wordt er gelet op het voortijdig wegdraaien van een oog.
  • Bij uitval kan er een vragenlijst ingevuld worden om nog meer duidelijkheid te verkrijgen.

Behandeling

De gangbare aanpak van C.I. is het forceren van kijken nabij middels een pushupoefening. Ook is het lang de gewoonte geweest om prismabrillen voor te schrijven of een leesbril. Inmiddels is wetenschappelijk vastgesteld dat dit allemaal niet beter werkt dan placebo. Ook gewone visuomotorische oefeningen helpen niet. Er moet echt professionele vision therapy aan te pas komen, waarbij voldoende controle en bijsturingsmomenten gepland worden. Dit is niet hetzelfde als oogoefeningen. Het is vooral visuele breintraining dat ingezet wordt, met een link naar visuele gedragstherapie. Uiteraard heeft het CNLS de mogelijkheden om deze aanpak in te zetten. In de nieuwe CNLS cursus op 3 en 10 oktober leer je als leerkracht, coach, remedial teacher of (ortho)pedagoog hoe je C.I.bij kinderen kunt herkennen en screenen.

Will Missot, CNLS, 2-7-2019, Westland.