Leesproblemen

Visuele vaardigheden

Wie onderzoek wil laten doen naar de visuele vaardigheden die een relatie hebben met het (leren) lezen moet hiervoor absoluut niet bij een oogarts of opticien aankloppen.
Ten eerste omdat daar geen kennis betreffende leesproblemen aanwezig is en ten tweede omdat er onderzoek gedaan wordt naar iemands gezichtsscherpte, terwijl dit zeer zelden de oorzaak is van leesproblemen. Onderzoek naar de visuele vaardigheden en naar de hoeveelheid energie die het tot stand brengen van de waarneming vraagt, vindt er niet plaats. Ook de kennis en kundigheid om bijvoorbeeld de wijze van scherpstellen (niet te verwarren met het scherpstelresultaat en een zeer belangrijk item i.v.m. toenemende vermoeidheid tijdens het lezen) bij kinderen vast te stellen is er vaak niet aanwezig. Dit is al jaren bekend en toch zijn er nog steeds veel scholen en hulpverleners die hiervan niet op de hoogte blijken te zijn.
Lezen vereist visuele vaardigheden waar lang niet iedereen aan kan voldoen.
Het juist richten van de ogen en het tegelijkertijd kunnen maken van uiterst precieze oogsprongen in combinatie met een adequaat werkend scherpstelmechanisme resulteert in een goede oogsamenwerking. Dat is een vereiste om tot een optimale verwerking en begrip van een leestekst te komen. De kwaliteit van de oogsamenwerking kan bepalend zijn voor het onder woorden kunnen brengen van de waarneming en, andersom, het vanuit verbale informatie kunnen maken van een voorstelling. Een goede oogsamenwerking kan alleen tot stand komen als de ogen tijdens het lezen juist bewegen. Als dat niet het geval is resulteert dat meestal in het overslaan van woorden, het herhalen van woorden of woorddelen en\of het overslaan of juist herhalen van regels. Dit remt het leestempo enorm (vermoeidheid, soms hoofdpijn en vaak concentratieverlies zijn zo een aantal bekende symptomen) en werkt fouten in de hand. Via een speciale onderzoeksmethode is de kwaliteit van de oogsamenwerking te meten en met speciale training te verbeteren.
Recent zijn er in de dagbladen enige artikelen verschenen waarin de term fixatie disparatie aan de orde gesteld wordt. Het betreft hier een functiestoornis die een direct verband heeft met de kwaliteit van de oogsamenwerking. Symptomen zijn o.a. het overslaan van woorden, niet herkennen van woorden, een laag leestempo en het lezen op een verkeerde regel. Ook het leesbegrip wordt er sterk door bemoeilijkt.

Dan is er het fenomeen van bewegende letters. Heel wat leeszwakke kinderen hebbeb er last van. Vaak weten ze niet beter en gaan er van uit dat het zo hoort. Meestal is de leerkracht of de remedial teacher er niet van op de hoogte (ze vragen er niet naar en het kind zegt het niet). De verklaring (en oplossing) is simpel. Visuele informatie wordt via twee paden door de hersenen verwerkt: het "wat pad" en het "waar pad". Het eerste verwerkt zaken als vorm, kleur en uiterlijk. Het tweede houdt zich bezig met beweging, richting en plaats. De gegevens van die twee verwerkingspaden moeten overeenkomen, dan gaat alles goed. Als dat niet gebeurt, dan houden onze hersenen ons voor de gek en zien we dingen die er niet echt zijn of niet kunnen. Zoals bewegende letters die er voor zorgen dat vlot lezen een bijna onmogelijke opgave wordt. Via training is dit probleem redelijk snel en simpel op te lossen.

Dr. Stephen Kosslyn, psycholoog aan de Harvard Universiteit, stelt dat het visuele centrum van de hersenen een buffer bevat, waar beelden worden waargenomen en naar hogere denkcentra van de hersenen worden gestuurd voor bewerking. Het omgekeerde gebeurt ook in de vorm van gedachten die terug naar de visuele buffer worden gestuurd en daar weer als beelden herkent worden.

De grootte van deze visuele buffer is via een speciale testtechniek in ons centrum vast te stellen, maar wat nog veel belangrijker is: deze grootte is via training te veranderen!

Oogbewegingen geven een prima indicatie van de kwaliteit van de oogsamenwerking. Aan ons instituut hebben wij jarenlang de oogbewegingen tijdens het lezen opgenomen en vastgelegd. Het betreft hier kinderen die allemaal al door oogartsen waren onderzocht en waar de ouders te verstaan kregen er geen visuele oorzaken aanwezig waren voor de leesproblemen! In de grafische weergave hieronder zijn de horizontale oogsprongen trapsgewijs weergeven. De rode lijn geeft de bewegingen van het linkeroog en de groene lijn die van het rechteroog weer. De verticale lijntjes geven een bewegingspauze aan, waarin de informatie verwerkt wordt. Daarna volgt weer een sprong, te zien aan de stippellijntjes. De blauwe en paarse verticale lijnen geven de oogbewegingen in het verticale vlak per oog weer. Naast de witte kantlijn staat de leestijd aangegeven. Het eerste overzicht hieronder zijn de vastgelegde oogbewegingen van een goede lezer, waarvan we ook op een andere manier de oogbewegingen hebben weergegeven (tweede overzicht).

Eerste overzicht, goede lezer.

De rode lijnen: linkeroog, horizontale oogsprongen. De sprongen zijn als stippellijn weergegeven.
De verticale streepjes duiden een pauze aan, waarin het oog niet bewoog. Het is de verwerkingstijd van de visuele input.
De groene lijnen: rechteroog.
De rode en groene oogsprongen zijn terwille van de duidelijheid trapsgewijs weergeven. Op 1.00 seconde wordt vooraan de regel gestart met lezen. Op 2.00 sec. is het eind van de regel bereikt.
De paarse lijn geeft de verticale oogbewegingen van het linkeroog aan.
De blauwe lijn geeft de verticale oogbewegingen van het rechteroog aan.

Tweede overzicht, goede lezer.

Het betreft dezelfde lezer als van het eerste overzicht. Het resultaat is alleen grafisch anders weergegeven.
Het rode deel is gekoppeld aan de bewegingen tijdens het lezen van het linkeroog.
Het groene deel is gekoppeld aan het rechteroog.
In het patroon zijn a.h.w. de regels te herkennen.

Derde overzicht, slechte lezer.

Heel duidelijk is het verschil te zien met het resultaat op het eerste overzicht.
Er is nauwelijks sprake van gestructureerde oogsprongen. Bovendien doet het linkeroog heel iets anders dan het rechteroog. Van een goede oogsamwenwerking kan geen sprake meer zijn.
Daarnaast wordt er te sterk geconvergeerd, waardoor het linker- en rechteroog kruisen ver voor het leesblad. Er kan hierdoor verwazing en zelfs dubbelzicht ontstaan.
De oogbewegingen in het verticale vlak zijn duidelijk waarneembaar zeer verschillend.
Het is onze ervaring, dat een dergelijk oogbewegings- en waarnemingspatroon niet kan worden vastgesteld tijdens een standaard oog- of visusonderzoek door de oogarts of de optometrist.

Overzicht vier, slechte lezer.

De oogbewegingen zijn van dezelfde lezer als in overzicht drie, alleen nu grafisch anders weergeven.
De oogsprongstuctuur is volkomen chaotisch.
Van een optimale oogsamenwerking kan hier absoluut geen sprake zijn.

Overzicht vijf.

Na twee maanden visuele training zien de oogbewegingen er al heel wat gestructureerder uit.
Het zijn de oogbewegingen van de persoon uit overzicht vier tijdens het lezen van het zelfde stukje tekst, dat nu veel sneller gelezen werd en met veel minder haperingen en vergissingen.

  copyright Will Missot - © 2001 Centrum voor nieuwe leerstrategieen .  

Terug naar index