Leesproblemen

Time-Orderdrempel

Wetenschappelijk onderzoek door Prof. dr. P. Tallal (1993, "Temporal Processing in the Nervous System - Special Reference to Dyslexia and Dysphasia - ", Annals of the New York Academy of Sciences, Volume 682) bracht aan het licht, dat kinderen met een verstoorde taalontwikkeling opeenvolgende klanken pas met een tussenruimte van meer dan 350 msec. op de juiste wijze van elkaar kunnen onderscheiden. Een paar jaar later startte deze wetenschapper samen met een collega een training(( Prof. Dr. P. Tallal en Dr. Merzenich ), waarbij via computerspelletjes geleerd wordt binnen de spreektaal beter en sneller waar te nemen. Het bleek voor een groot aantal kinderen de sleutel tot verbetering van de leesprestaties. Centraal staat hierbij de duur van de waarneming en de tijd die elk individu werkelijk nodig heeft om die klanken en beelden op de juiste wijze en in de juiste volgorde te kunnen waarnemen en weergeven. De kortst mogelijke tijd waarbinnen iemand dat in de juiste volgorde kan heet de time-orderdrempel.
Die tijdsduur kan per individu verschillen. Sommige kinderen hebben aan 30 msec. (1 msec. is een duizendste seconde) genoeg, terwijl de praktijk uitwijst, dat kinderen met taalontwikkelingsproblemen 350 of meer msec. nodig hebbe, precies zoals P. Tallal in haar onderzoek vaststelde. Die tijd krijgt echter niemand, om de eenvoudige reden, dat binnen onze gesproken taal de meeste klanken rond de vijftig msec. duren en de tijd tussen de klanken niet meer dan 100 msec. bedraagt. Een voorbeeld:

loopt


boom




Het woord boom is hierboven grafisch weergegeven. Het totale woord duurt ongeveer 450 msec. De boo klank duurt minder dan 200 msec. Daarvan wordt een klein deel gevormd door de b klank: iets minder dan 40 msec. De m neemt de overige 200 msec. voor zijn rekening. De korte b wordt door velen niet goed waargenomen. De oo klank zuigt als het ware de b weg: camouflage. Dit wordt achterwaarts maskeren genoemd. Maar er kan nog een oorzaak aangegeven worden: de auditieve time - order. Om dit te verduidelijken een grafische weergave van het woord loopt: het woord duurt ongeveer 650 msec. De l en oo klanken gaan naadloos in elkaar over en duren samen 280 msec. Daarna volgt een pauze van 100 msec. tot de p klank. De p klank zelf duurt 50 msec. Na de p volgt weer een pauze van 100 msec. waarna de t volgt.




loopt



Een kind dat bijvoorbeeld 300 msec. nodig heeft, voordat het in staat is klanken in de juiste volgorde waar te nemen mist dus de boot. Bijgevolg zal dat kind de woorden ook niet juist weer kunnen geven, tijdens het lezen, schrijven of spreken. Fout schrijven: klanken worden weggelaten of op een verkeerde plaats gezet. De goede toehoorder zal bemerken, dat de uitspraak van bepaalde woorden niet correct is. Er bestaat computer-programmatuur, waarmee het mogelijk is om ingesproken woorden te analyseren en vast te stellen of er sprake is van auditieve problematiek: wat men niet hoort, kan ook niet in de stem gebruikt worden.Vooral woorden met medeklinkerclusters worden, als gevolg van een te hoge time - order, foutief uitgesproken: weps is wel een hele bekende. Het leesproces wordt uiteraard nadelig beïnvloed, daar het kind geen goede en snelle link kan leggen tussen het woordbeeld en het klankbeeld. Wie voortdurend mart hoort in plaats van markt zal het geschreven woord markt niet kunnen koppelen aan het klankbeeld.

Het betreft hier uiteraard eenvoudige voorbeelden van maskeren en time - order, maar het idee, dat een groot deel van de woordenschat van een kind op een dergelijke wijze tot stand is gekomen - en in stand wordt gehouden - door een falend auditief/visueel verwerkingsproces zal voor ieder duidelijk maken, dat dit een goede ontwikkeling in de weg staat.


Het audiogram

Standaard wordt door bijvoorbeeld de KNO-arts, GGD en\of schoolarts er een toonaudiogram opgesteld, waarbij in kaart wordt gebracht met welk volume geluid van een bepaalde trilling moet worden aangeboden om te worden waargenomen.
Vrijwel altijd wordt dit onderzoek uitgevoerd als er sprake is van bijv. spellingsproblemen en de leerkracht het idee heeft dat "er iets met het horen is". En dat, terwijl er uitvoerig wetenschappelijk onderzoek voorhanden is waaruit blijkt, dat niet het kunnen horen, maar het verstaan vrijwel altijd de oorzaak is bij uitval van bepaalde auditieve vaardigheden. Om een en ander duidelijk weer te geven: ik kan uitstekend Chinees horen, maar verstaan is een heel andere kwestie! Als ouders te horen krijgen dat hun kind prima kan horen, zegt dat nog niets over de auditieve vaardigheden!
De verstaantesten die aan ons instituut worden afgenomen zijn: maskeertest met en zonder ruistoevoeging, dichotische luistertest, time-ordertest, interval- en toonduurdiscriminatietest, auditief geheugentest en figuurachtergrondscheidingstest. Dit onderzoek brengt de auditieve vaardigheden in kaart welke bepalend kunnen zijn voor het juist kunnen verstaan, verwerken, onthouden en toepassen van de taal. Bij uitval kan er via training aan verbetering van deze auditieve vaardigheden gewerkt worden.

























copyright Will Missot - © 2001 Centrum voor nieuwe leerstrategieen .

Terug naar index