Leesproblemen

Leesproblemen

Lateraliteit

Het lateraliteitsonderzoek geeft informatie omtrent mogelijke oorzaken voor uitval op het gebied van het leren en/of verklaringen voor het gedrag van mensen. Het onderzoek richt zich op het functioneren van het menselijk brein (de hersenen). Het menselijk brein bestaat uit twee helften, de Iinker- en de rechterhemisfeer (linker- en rechterhersenhelft), en is in staat om als een eenheid te functioneren bij het uitvoeren van bepaalde taken.
De linkerhemisfeer pakt uit de stroom van informatie datgene, dat logisch, eenduidig, lineair en symbolisch van aard is. Deze processen uiten zich in uitspraken, gericht op logisch redeneren, feiten, begrippenstructuren, taal en analyse.
De rechterhemisfeer richt zich op holistische, ruimtelijke, harmonische, het geheel omvattende en intuïtieve processen. Deze processen weerspiegelen zich in uitspraken over gevoelens, ervaringen en relaties.
De hersenen zijn tevens in staat samen te werken en informatie te integreren, waardoor de mens een volledig overzicht heeft over alles wat zich in zijn/haar leven afspeelt. Dit proces verloopt automatisch en er doen zich dan geen problemen voor. Echter onder invloed van spanning/stress zijn de beide hemisferen minder goed in staat harmonieus samen te werken en ontstaat onbalans. Een disharmonisch dominantiepatroon kan heel goed uitval op bepaalde leergebieden verklaren.

Dominantiepatroon

De hersenen nemen informatie op via alle zintuigen: zien, horen, ruiken, voelen en proeven. De meest belangrijke kanalen zijn echter zien en horen.
Ieder wordt geboren met een aanleg om zich links of rechts beter te ontwikkelen. Iemand kan linkshandig zijn of rechtsbenig. Minder bekend is het, dat zulks ook geldt voor de ogen en de oren. Dit wordt het dominantiepatroon genoemd.
Het bepaalt in hoge mate welke hersenhelft voor bepaalde taken gebruikt wordt en daarmee tegelijkertijd hoe dit zal en kan gebeuren.
Bij een gekruist dominantiepatroon kunnen conflicten ontstaan: een rechtshandige schrijver met een linkervoorkeursoog zal het moeilijk hebben omdat de rechterhand vraagt om aansturing (ooghandcoördinatie) door het rechteroog. De aansturing zal echter plaats vinden door het linker(= dominante)oog.
Er treedt hierbij meestal verwarring en desorientatie op met negatieve gevolgen voor het handschrift en de informatieverwerking.
Nog grotere problemen kunnen ontstaan bij gekruiste dominantie van de twee belangrijkste informatiekanalen: horen en zien. Dominant linksorig en rechtsogig of andersom wordt erg vaak aangetroffen bij kinderen met leerproblemen. Principieel zou elke basisschool verplicht het dominantiepatroon in kaart moeten brengen, zodat op voorhand de risicoleerlingen bekend zijn.
Met een passend programma kunnen problemen voorkomen worden en zal dit de schooltijd veraangenamen.
Helaas is de werkelijkheid veelal, dat er gewacht wordt tot een kind vastloopt in het leerproces.


  copyright Will Missot - © 2001 Centrum voor nieuwe leerstrategieën .  

Terug naar de index