Het komt
nogal eens voor, dat we te maken hebben met een kind dat in staat
is veel meer informatie tegelijk op te nemen dan normaal.
Wat is
beelddenken?
Het is een
droevig misverstand om te menen dat ieder mens dezelfde
denkstrategie heeft.
Dit misverstand is wellicht wel een van de belangrijkste oorzaken
van leerproblemen.
Iemand die niet in de gelegenheid gesteld wordt om op zijn/haar
manier te denken kan hierdoor enorm tekort worden gedaan.
Beelddenkers denken in plaatjes. Het is een hele snelle manier
van denken in beelden en handelingen. Er komen geen woorden aan
te pas.
Die komen - als het moet - pas achteraf. Dit taalvrije denken
kan gemakkelijk leiden tot leermoeilijkheden omdat ons
onderwijssysteem is gebaseerd op begripsdenken: het gebruiken van
woorden en begrippen bij het denken.
Begripsdenkers vormen de meerderheid. Begripsdenken is de
denkwijze die op school door bijna alle leerlingen en leraren
gebruikt wordt.
Tijdens het leren lezen op school wordt er ongemerkt voor
gezorgd, dat het begripsdenken benadrukt wordt.
De beelddenker, die erfelijk bepaald de voorkeur heeft voor een
andere manier van denken valt uit de boot.
De leerkracht die het woord "lucht" dicteert verwacht en wil dat
het woord "lucht" als woord in het geheugen afgelezen kan worden.
Het komt niet bij hem of haar op, dat het woord een beeld oproept
waarbij geen enkel woord te zien of te horen is.
Laat staan dat je zou kunnen zien hoe het geschreven is. En het
beeld van strak blauw met hier en daar witte wolkjes mag dan de
leerling verheugd doen wegdromen naar de afgelopen vakantie in
Griekenland, het cijfer voor het dictee zal een minder prettige
ervaring zijn.
Waaraan
herken je een beelddenker?
Er zijn een
aantal kenmerken, die meestal niet allemaal in een en dezelfde
persoon aanwezig zijn.
o Beelddenkers hebben vaak moeite met tijd en tijdsbegrip. Leren
klokkijken kan vaak problemen geven.
Dit heeft te maken met het gegeven dat een beelddenker analoog
denkt (alles tegelijk) en niet opeenvolgend. Tijd is per
definitie opeenvolgend...
o Leren rekenen verloopt meestal met problemen. Soms worden
getallen omgekeerd genoteerd: 21 i.p.v. 12.
De opeenvolging zegt de beelddenker immers niet zo veel.
o Het leren lezen verloopt moeizaam en geeft soms onoverkomelijke
problemen. Met name simpele woordjes zoals: de, het en een geven
problemen. Dit komt omdat beelddenkers zich hier geen concreet
beeld bij kunnen vormen. Het zegt ze niets en bijgevolg kunnen ze
het zich niet eigen maken.
De beelddenker is constant bezig een vertaalslag te maken naar
beelden en transformeert die weer naar taal.
Het beeld dekt soms wel de lading, maar niet het woord...
Inhoudelijk is
er geen verschil tussen de beide zinnen. Vandaar ook dat
beelddenkers vaak verrassend goed begrijpen wat ze lezen.
De tekst in het
leesboek:
Vader wandelt over het
gazon.
Een beelddenker kan
lezen:
Papa loopt op het
gras.
Vanwege de continue vertaalslag ligt het leestempo meestal laag
en vermoeit het kind zichzelf nogal.
o Beelddenkers weten zich gebeurtenissen uit hun vroegste jeugd -
zelfs uit de babytijd - te herinneren.
o Op bepaalde gebieden kunnen ze uitblinken, bijv. bij de
creatieve vakken.
o Automatiseren, bijvoorbeeld het leren van de tafels geeft vaak
problemen.
o Op jonge leeftijd lijkt het kind vaak slim en in ontwikkeling
(taal) voor op leeftijdsgenoten.
o Beelddenkers lopen vaak al heel snel: binnen het jaar.
o Uitspraken worden nogal eens heel letterlijk genomen
o Ze hebben meestal een levendige fantasie.
o Beelddenkers zijn meestal heel sfeergevoelig.
o Het handschrift is meestal niet om aan te zien: de beelddenker
wil alles tegelijk en het liefst door elkaar, volgens het
principe "klaar is klaar".
o Op school worden ze nogal eens voor onoplettend en
ongeinteresseerd uitgemaakt, terwijl de ouders thuis het idee
hebben dat hun kind juist heel nieuwsgierig en leergierig
is.
Uiteraard zijn er nog veel meer kenmerken op te sommen. Het gaat
er echter om een indruk te geven en in die zin volstaat
bovenstaand rijtje dunkt ons.
ADHD
Dit kan zelfs oplopen tot wel 2000 keer meer in een zelfde
tijdsduur. Deze kinderen kunnen reageren op een manier die vaak
in verband gebracht wordt met ADHD. Toch is de oorzaak van het
gedrag te vinden in het gegeven dat deze kinderen de informatie
vooral met de rechterhersenhelft verwerven en verwerken. Dit
gebeurt analoog (alles tegelijk) in plaats van opeenvolgend. En
dat kan een bepaald gedrag tot gevolg hebben.
Vrijwel altijd
vind je bij beelddenkers die vastlopen in het onderwijssysteem
een gedesorienteerde waarneming. Zowel visueel als auditief
blijken deze kinderen ontspoord. Meestal is op visueel en
auditief gebied deze ontsporing niet via de
standaardonderzoeksmethoden vast te stellen. De oogarts treft bij
deze kinderen geen uitval op het scherpzicht aan. De kno-arts
vindt geen afwijkingen in het audiogram. Zij onderzoeken of het
kind kan zien en kan horen.Visuele en
auditieve verwarring
Waar het wezenlijk om gaat is de vraag hoeveel energie een kind
nog ter beschikking heeft om met de informatie die het ziet en
hoort aan de slag te gaan.
Wat kunnen en doen de hersenen met de informatie, daar gaat het
om.
Wij hebben onze onderzoeksmethoden daarop aangepast .
Een
beelddenker vereist een speciale begeleiding met betrekking tot
het leren lezen en/of leren rekenen. De standaard manier voldoet niet. Onderwijskundig wijkt de begeleiding
sterk afvan de wijze waarop vanuit de gangbare methoden gewerkt wordt. School en
begeleiding
Ten onrechte wordt soms gedacht
dat bij uitval een hernieuwde confrontatie met de leerstof (doubleren) het probleem wel op zal lossen.
Zitten blijven lost echter niets op. Het kan zelfs funest zijn voor de verdere motivatie van de beelddenker
die het juist moet hebben van de uitdaging om handelend en voorstellend met de leerstof bezig te zijn. Tweemaal dezelfde leerstof
op dezelfde manier voorgeschoteld krijgen demotiveert, wat weer gemakkelijk tot concentratieverlies kan leiden.
Verder dient natuurlijk
de visuele en auditieve waarneming op de juiste manier onderzocht
en bij uitval weer goed op de rails gezet te worden. De
waarneming is immers de basis van het leren en bij beelddenkers
ook de oorzaak van de problematiek.
Het gaat er niet om of een kind de informatie "allemaal" kan zien of horen, maar HOE het wordt gezien en gehoord en wat het kind vervolgens met die informatie kan doen.
Een voorbeeld: regelmatig krijgen wij kinderen in onze praktijk die alle letterklanken bij afzonderlijke aanbieding uitstekend kunnen waarnemen. Binnen het gesproken woord blijken ze echter opeens niet goed in staat om de individuele klanken te herkennen.
Onze ervaring is dat via stimulering van beide hersenhelften binnen het informatieverwervings en -verwerkingsproces
(bijvoorbeeld via geïntegreerde auditief-visuele lateraaltraining) de leerling beter in staat is tot analyseren en synthetiseren en efficiënter de waarneming kan verwoorden.
Met andere woorden: vanuit de delen het juiste geheel leren herkennen en vanuit de voorstelling van dat geheel (het mentale beeld) sneller kunnen transformeren naar taal.
copyright Will Missot -
© 2001 Centrum voor nieuwe leerstrategieën
.